Door Renée Beukers op 10 september 2017

In Memoriam Jan Onnes

Jan Onnes, ons zeer gewaardeerd steunfractielid voor PvdA-Ommen, is zondag 3 september overleden. Jan was 82, maar glashelder. En kwiek: hij kwam naar alle fractievergaderingen op de fiets. Tot vlak voor het zomerreces, toen we hoorden dat hij ziek was. En nu is hij er niet meer. Sinds mensenheugenis was Jan al lid: wij gaan in Jan een zeer betrokken PvdA’ er missen. Het eerste wat te binnen schiet bij Jan is zijn uitspraak bij een discussie in de fractie over de planning van verkeersmaatregelen en het stadscentrum. Hij zei toen dat je in de politiek vaak moet kiezen tussen stenen en mensen.

Stenen of mensen. Dat is de kortste samenvatting van veel politieke dilemma’s die er is. Het is een prachtig beeld. En je moet niet denken dat hij daarmee zonder meer bedoelde dat je altijd voor mensen moet kiezen. Een mens moet ook ergens wonen en zich veilig in het verkeer kunnen begeven. Dus kun je rationeel voor stenen kiezen.

Jan kon in discussies heel rationeel zijn. Hij sprak zich uit voor het onderzoeken van de fusie tussen Hardenberg en Ommen. Hij wist dat dit een controversieel standpunt was. Maar nam toch geen blad voor de mond terwille van de lieve vrede, of om lokale sentimenten te ontzien. Hij zei heel rustig dat hij vele voorbeelden kende van geslaagde fusies, ook als mensen aanvankelijk tegen waren.

Jan was een groot bewonderaar van Joop Den Uyl. En net als zijn idool was hij een emotionele man. Hij maakte makkelijk contact met het kind in hem en genoot zichtbaar als we tijdens fractieoverleg plezier hadden. Hij hield vast aan formaliteiten, maar toonde veel belangstelling voor hoe het iedereen verging. Hij zocht altijd zorgvuldig en bedachtzaam naar met welke toon hij ieder van ons als individu kon raken. Bij het dilemma ‘stenen of mensen’ vond Jan dat je uiteindelijk nooit mag vergeten dat het om mensen draait. Om personen, met al hun lief en leed. Daar was hij zeer resoluut in. Of het nu om armoede of het ruimhartig opnemen van vluchtelingen ging.

Het volgende gedicht, van Han Hoekstra, was een favoriet van Joop. Het gaat over een man die een ceder in zijn ommuurde tuin heeft geplant. Zijn tegenstander wil hem niet zien. Hij ziet alleen de muren, de begrenzingen van de tuin, en een grijze muur met schimmel. Aan het eind wint de dromer het van de realist:

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,

gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.

Een binnenplaats, meesmuilt ge, sintels, schillen,

en schimmel die een blinde muur aanrandt,

er is geen boom, alleen een grauwe wand.

Hij is er, zeg ik, en mijn stem gaat trillen,

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,

gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.

Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille

stam in het herfstlicht staat, onaangerand,

niet te benaderen voor noodlots grillen,

geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.

De dichter Wiel Kusters refereert hieraan in zijn korte Aan de nagedachtenis van J.M. den Uyl

Bossen sterven, niet de ceder.

Die ene boom, maar niet het woud.

Bladeren vallen. Slordig teder.

Een blad dekt assen af. Geen vuur werd koud.

Wij gedenken een mens die voluit geleefd heeft.

Die geen doekjes wond om de waarheid.

Die niet bang was te tonen dat we allemaal mogen laten zien wat we voelen.

Die liet zien dat je moet volharden in je dromen.

Zijn vuur, de stenen en de mensen, dat nemen we allemaal mee

 

Renée Beukers

Renée Beukers

Renée Beukers is in het dagelijks leven docent Geschiedenis aan het Vechtdal College in Hardenberg. Ze woont sinds 2005 in Den Velde, samen met drie dochters en man. Voor de werkgroep Hardenberg verzorgt Renée de website en is ze secretaris van het bestuur.  

Meer over Renée Beukers