Door Anneke Beukers op 24 februari 2015

Taal

Toen ik op vierjarige leeftijd mijn schoolloopbaan begon, schrok ik me dood. De juf sprak een taal die ik niet verstond. Met een moeder die “plat Duuts” sprak en een vader die Drents sprak, was ik niet grootgebracht in het ABN. Gelukkig kwam de kleuterjuf uit Erica, in het dialect verbond ze de kleuters met de Nederlandse taal. Ik was en ben gek op taal, op lezen en op schrijven. Zoveel dat het mijn baan is geworden. Volgens mij niet ondanks maar dankzij de tweetalige start.

De bezuinigingen van deze coalitie op kunst en cultuur hebben streektaal en streekcultuur fors geraakt. Ik vind dat jammer, onze fractie vindt dat jammer. In de aanloop voor de campagne heb je dan een discussie hoe je duidelijk kunt maken wat de bezuinigingen tot gevolg hebben gehad en we besloten dat te doen via het thema streektaal, streekcultuur. Dat bleek een schot in de roos. De taal, onze taal gaat ons aan het hart, voor velen is de moedertaal niet het Nederlands maar het dialect, of Nedersaksisch als je het goed wilt zeggen. Daarin kun je zaken aansnijden die in de later geleerde taal, het Nederlands, moeilijker is en slechter te omschrijven.

Thuis, met echtgenoot, mijn familie en schoonfamilie wordt er uitsluitend in onze moedertaal gesproken, al zegt onze Drentse familie dat wij “vertwentsen”. Dat klopt vast, we wonen hier al veertig jaar en je past je aan. De verschillen tussen het Nedersaksisch verhinderen echter niet dat je elkaar heel goed kunt verstaan en begrijpen. Zie het voorbeeld van mijn ouders. Het “Hoog Duuts” zoals mijn moeder het noemde en het Nederlands is een wereld van verschil, daarentegen vormden de verschillen tussen de Drentse en Duitse variant van het Nedersaksisch geen enkele barrière.

Omdat taal zo’n verbindende factor is in de cultuur, in de omgang van en met mensen is het ook voor onze fractie en de sociaaldemocratie een belangrijk item. Zonder taal, geen verbinding, geen noaberschap, geen participatiemaatschappij. In mijn werk in het onderwijs merkte ik vaak dat het bij een oudergesprek scheelde als ik kon zeggen: “proat maar plat, dat verstoa ik ok wel”. Hetzelfde overkomt me in de politiek bij werkbezoeken. Soms gebeurt het dat iemand dan zegt: “Goh, ie bint er ja iene van oons”. Zo voelt dat dus kennelijk.

Kennis van de taal is daarnaast belangrijk om de geschiedenis te begrijpen. Wie weet wat een “Klaampe” is of een “schienvat”? Anders worden deze namen loze woorden in plaats van betekenisvolle symbolen uit onze historie. Streektaal is kostbaar en kwetsbaar en verdient het om gekoesterd te worden. En daar hoort bekostiging bij.

 

Anneke Beukers

Staten. annekebeukers@hotmail.com

Anneke Beukers

Anneke Beukers

Geboren in 1955 in Drenthe. Sinds 1979 woonachtig met heel veel plezier, in Westerhaar. Vanaf 1975 werkzaam in het onderwijs, eerst als docent en daarna in directiefuncties, het laatst als algemeen directeur Technologie van het ROC van Twente. Met ingang van 2007 ben ik werkzaam als adviseur in het onderwijs, eerst voor een bedrijf en

Meer over Anneke Beukers